Manieren van bodemsanering
Bodemsanering is het bewerken van de bodem zodat deze weer geschikt is voor het gebruik als tuin, bedrijfsterrein of park.
De wijze van sanering is onder meer afhankelijk van de soort en mate van verontreiniging, bodemopbouw, locatie en kosten.
Er zijn verschillende manieren van bodemsanering:
Ontgraving - Het opgraven van de verontreinigde bodem, vervolgens word deze gereinigd
Onttrekking - Het vervuilde grondwater word aan de bodem onttrokken
Leeflaag - Gedeeltelijk uitgraven van vervuilde grond en vervangen met schone grond
Isolatie - Verontreiniging isoleren zodat verspreiding niet mogelijk is
Daarnaast zijn er ook hulptechnieken die saneringen kunnen versnellen. Door de bodem te verwarmen worden veel verontreinigingen mobieler en kunnen ze sneller verwijderd worden. Opwarmen van de bodem kan onder meer door middel van elektriciteit (elektroreclamatie) of door middel van stoominjectie (stoom gestimuleerde extractie). Een andere hulptechniek is bijvoorbeeld het beter oplossen van verontreinigingen door injectie van oppervlakte-actieve stoffen.
Rol van de overheid
De regels rondom bodemverontreiniging zijn vastgelegd in de Wet bodembescherming. D
e overheid wil dat alle bodemverontreinigingen in 2030 gesaneerd of beheersbaar zijn. Daarvoor is een landelijke inventarisatie gemaakt: het landsdekkend beeld bodemverontreiniging. De overheid pakt vervuilde bodemlocaties met gezondheidsrisico's met voorrang aan.
Een sanering kan met verschillende methodes worden aanpakt. Welke methode er wordt gebruikt hangt af van de aard van de verontreiniging, de omvang en het gebruik van de locatie. Of een gekozen saneringstechniek tot het gewenste resultaat leidt, ligt niet alleen aan de techniek zelf. Goed vooronderzoek en een goede uitvoering van de sanering zijn belangrijk. Het bodemonderzoek moet al gericht zijn op de saneringsoplossing. Omdat de eigenschappen van de bodem invloed hebben op het saneringsresultaat moeten deze in het bodemonderzoek worden onderzocht. Het gaat hier dan om bijvoorbeeld het organische stof gehalte van de bodem te bepalen en de verschillende lagen in de bodem, zoals kleilagen, zandlagen of veenlagen in kaart te brengen.
Voor bodemsanering is een gecertificeerd bureau noodzakelijk.



